optrekken

werkw.
Uitspraak:  ɔptrɛkə(n)]
Vervoegingen:  trok op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opgetrokken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van een motorvoertuig) beginnen met rijden of harder gaan rijden
Voorbeeld:  `Mijn auto trekt niet snel op, maar de motor is in goede staat.`
Synoniem:  accelereren

2) (van mist) verdwijnen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accelereren bouwen omgaan omhoog stijgen omhoogtrekken opmarcheren oprichten overeindzetten versnellen zich begeven zorgen voor

Spreekwoorden en zegswijzen
• ergens zijn neus voor optrekken (=zich te goed vinden om iets te doen)
• de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. •door trekken iets naar boven halen. •zich naar een bepaald doel toe bewegen, meestal ten aanval. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  2. sneller gaan rijden vb: toen ik naast hem ging rijden, trok de auto op met hem omgaan vb: wij zijn vroeger veel met elkaar opgetrokken bouwen vb: het gebouw was opgetrokk...
  3. Eenvoudige behuizing, meestal bestaande uit één ruimte. Categorie: Bouwwerken > woonhuizen naar vorm.
  4. 1) Accelereren 2) Bouwen 3) Hijsen 4) In aantocht zijn 5) Naar boven hijsen 6) Omgaan 7) Omhoog halen 8) Omhoog stijgen 9) Omhoog trekken 10) Omhooghijsen 11) Omhoogtrekk...
  5. na een bocht opnieuw snelheid maken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met optrekken:
optrekken met

Herkomst volgens etymologiebank.nl
optrekken

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `optrekken` kennen.