accelereren

werkw.
Uitspraak:  [ɑksələ'rerə(n)]
Vervoegingen:  accelereerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geaccelereerd (volt.deelw.)

steeds sneller gaan
Voorbeelden:  `Mijn auto accelereert slecht.`,
`Na een slap kwartaal accelereert de export.`
Synoniem:  versnellen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bespoedigen optrekken optrekken van auto verhaasten versnellen

3 definities op Encyclo
  • versnellen Jaar van herkomst: 1553 (Vd Werve )
  • •optrekken •versnellen
  • 1) Bespoedigen 2) Optrekken 3) Verhaasten 4) Versnellen
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    accelereren (versnellen)