opgescheept als dialectwoord
tot last hebben* (Lovendegems)  

1 definitie op Encyclo
  • Spreekwoorden: (1914) Met iemand opgescheept zijn (of zitten) d.w.z. iemand tot zijn last hebben. Vgl. Winschooten, 66: Hij is 'er meede opgescheept, hij is aan 't teefje vast; bl. 225: wij waaren met vgl. Winschooten, 66: Met iemand gescheept sijn, beteekend: met iemand zijn; haar opgescheept. In de 17<su...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met opgescheept:
opgescheept met

Op andere websites
Zoek opgescheept in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek opgescheept op Google
Zoek opgescheept op Woordenlijst.org
Zoek opgescheept in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek opgescheept op Wikipedia