zich nestelen

reflexief werkw.
Uitspraak:  [ˈnɛstələ(n)]
Vervoegingen:  nestelde zich (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft zich genesteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ergens zo gaan zitten dat je je er prettig voelt
Voorbeeld:  `je in een lekkere stoel nestelen met een tijdschrift`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. een nest maken vb: in het voorjaar nestelen alle vogels ergens lekker gaan zitten of liggen vb: we nestelden ons op de bank voor de tv
  2. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 de bellen van tusschen de bladeren oprapen.
  3. •het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  4. 1) Een broedplaats maken 2) Een nest bouwen 3) Een nestje bouwen 4) Installeren 5) Nest bouwen 6) Nesten 7) Talmen 8) Vogeleigenschap 9) Wonen 10) Zich er neerzetten 11) ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. nestelen (een nest maken)
  2. nestelen (toerijgen; talmen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `nestelen`.