narrig

bijv.naamw.
Verbuigingen:  narriger
Verbuigingen:  narrigst

in een vervelende stemming zijn
Voorbeeld:  `De narrige oude man wilde niets geven aan de collectant.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
gemelijk knorrig sikkeneurig

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord en bijwoord gemelijk, knorrig, verdrietig. ~HEID, v. geen meervoud
  2. 1) Bits 2) Brommerig 3) Chagrijnig 4) Drenzerig 5) Gemelijk 6) Huilerig 7) Humeurig 8) Iezegrimmig 9) Knorrig 10) Korzelig 11) Kregel 12) Kregelig 13) Kribbig 14) Lastig ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
narrig

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 71% van de Vlamingen het woord `narrig`.