gemelijk

bijv.naamw.
Verbuigingen:  gemelijker
Verbuigingen:  gemelijkst

slecht van humeur, niet vriendelijk gestemd, knorrig, misnoegd, slechtgehumeurd
Voorbeeld:  `Hij was in de gemelijkste bui in jaren.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
balorig chagrijnig humeurig knorrig misnoegd mopperig nukkig nurks sikkeneurig slecht gehumeurd somber stuurs wrevelig

6 definities op Encyclo
  1. in een slecht humeur vb: gemelijk keek hij mij aan Synoniemen: chagrijnig geprikkeld humeurig korzelig geïrriteerd Tegenstellingen: blij vrolijk verheugd opgewekt opgeru...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord en bijwoord (-er, -st), verdrietig, knorrig, in eene kwade luim, verstoord, ontevreden, boos. ~HEID, v. gee...
  3. misnoegd Jaar van herkomst: 1447 (MNW )
  4. 1) Aalwaardig 2) Al te nauwlettend 3) Balorig 4) Behaaglijk 5) Chagrijnig 6) Droefgeestig 7) Humeurig 8) Knorrig 9) Landerig 10) Misnoegd 11) Moeilijk 12) Mopperig 13) Na...
  5. Nederlands geniepig
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gemelijk:
gemelijkheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gemelijk (misnoegd, slechtgehumeurd)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 63% van de Nederlanders en 45% van de Vlamingen het woord `gemelijk`.