gemelijk

bijv.naamw.
Verbuigingen:  gemelijker
Verbuigingen:  gemelijkst

slecht van humeur, niet vriendelijk gestemd, knorrig, misnoegd, slechtgehumeurd
Voorbeeld:  `Hij was in de gemelijkste bui in jaren.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
balorig chagrijnig humeurig knorrig misnoegd mopperig nukkig nurks sikkeneurig slecht gehumeurd somber stuurs wrevelig

3 definities op Encyclo
  • in een slecht humeur vb: gemelijk keek hij mij aan Synoniemen: chagrijnig geprikkeld humeurig korzelig geïrriteerd Tegenstellingen: blij vrolijk verheugd opgewekt opgeru...
  • knorrig, ontevreden, slechtgehumeurd - Woordfeit: Gemelijk is in het Middelnederlands (1200-1500) afgeleid van geme, een variant van game. Game/geme betekende `grap, stre...
  • misnoegd Jaar van herkomst: 1447 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met gemelijk:
    gemelijkheid

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    gemelijk (misnoegd, slechtgehumeurd)