I het bankroet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɑŋˈkrut]
Verbuigingen:  bankroeten (meerv.)

1) situatie waarin je je schulden niet meer kunt betalen
Voorbeeld:  `bankroet van een fabriek`
Synoniem:  faillissement

2) totale mislukking
Voorbeeld:  `bankroet van een samenleving`
Synoniem:  fiasco


II bankroet

bijv.naamw.
Uitspraak:  [bɑŋk'rut]

als je je schulden niet meer kunt betalen
Voorbeeld:  `bankroet gaan`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bankbreuk failliet faillissement fiasco geruineerd krach

6 definities op Encyclo
  • als je je schulden niet meer kunt betalen vb: hij had grote schulden en is uiteindelijk bankroet gegaan Synoniem: failliet
  • Let op: Spelling van 1858 bankbreuk, onvermogen om zijne schulden te betalen. Bankroetier, hij, die zijne schulden niet betalen kan
  • 1) Bankbreuk 2) Berooid 3) Blut 4) Collaps 5) Failliet 6) Faillissement 7) Fiasco 8) Foetsie 9) Geruineerd 10) Ineenstorting 11) Insolvent 12) Je schuld niet meer kunnen ...
  • bankbreuk, faillissement Jaar van herkomst: 1555 (Claes )
  • faillissementsrecht: de lopende schulden niet meer kunnen betalen; aan de grond zitten; in staat van faillissement verk ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met bankroet:
    bankroetenbankroetier

    Deze woorden eindigen op bankroet:
    staatsbankroet

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bankroet (faillissement , failliet)