I het bankroet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɑŋˈkrut]
Verbuigingen:  bankroeten (meerv.)

1) situatie waarin je je schulden niet meer kunt betalen
Voorbeeld:  `bankroet van een fabriek`
Synoniem:  faillissement

2) totale mislukking
Voorbeeld:  `bankroet van een samenleving`
Synoniem:  fiasco


II bankroet

bijv.naamw.
Uitspraak:  [bɑŋk'rut]

als je je schulden niet meer kunt betalen
Voorbeeld:  `bankroet gaan`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bankbreuk failliet faillissement fiasco geruineerd krach

7 definities op Encyclo
  1. Eng: to be bankrupt [faillissementsrecht] de lopende schulden niet meer kunnen betalen; aan de grond zitten…
  2. Spreekwoorden: (1914) Bankroet gaan, d.w.z. failliet gaan, zijne betalingen staken, ‘een bankje leggen’, zooals men in de 17<sup>de<-sup> eeuw zei...
  3. Let op: Spelling van 1858 bankbreuk, onvermogen om zijne schulden te betalen. Bankroetier, hij, die zijne schulden niet betalen kan
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: Bankeroet, Bankrot, o. (-en), staking van betalingen; - spelen, - gaan, verklaren dat men zijne betalingen staakt. ~IER, m. (-s). ~IERS...
  5. als je je schulden niet meer kunt betalen vb: hij had grote schulden en is uiteindelijk bankroet gegaan Synoniem: failliet
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bankroet:
bankroetenbankroetier

Deze woorden eindigen op bankroet:
staatsbankroet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bankroet (faillissement , failliet)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bankroet`.