monteren

werkw.
Uitspraak:  [mɔnˈterə(n)]
Vervoegingen:  monteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemonteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

wat bij elkaar hoort aan elkaar vastmaken
Voorbeeld:  `tien procent korting als u het schuurtje zelf monteert`
een film monteren  (de opnamen in de goede volgorde tot één geheel maken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbrengen assembleren montage demonteren (antoniem)

19 definities op Encyclo
  1. in elkaar zetten vb: Arie monteert de kast van Ikea
  2. het verrijken van een saus door op het laatste moment koude boter in vlokken door de saus te kloppen. Ook eiwit opkloppen tot sneeuw.
  3. Het binden van een warme vloeistof door er in kleine hoeveelheden koude margarine door te kloppen
  4. Een saus of soep binden met stukjes zeer koude boter.
  5. Het binden van een warme vloeistof door er in kleine hoeveelheden koude margarine door te kloppen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op monteren:
demonterenopmonteren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
monteren (in elkaar zetten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `monteren`.