menora

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  menora's<br />(menorot)
Verbuigingen:  menoraatje

1) kandelaar met zeven armen (een van de symbolen van Israël;
Ex. 25:31-40)

2) chanoekakandelaar (zie: Chanoeka) met acht armen plus een extra arm voor het licht waarmee de andere worden aangestoken (sjamasj)


Bron: WikiWoordenboek.

9 definities op Encyclo
  1. Zevenarmige kandelaar. Voor het vieren van chanoeka bestaan speciale achtarmige kandelaars.
  2. 7 armige kandelaar. Stond in de tempel in Jeruzalem, mag niet na gemaakt worden.
  3. Menora is een Hebreewse meisjesnaam. Het betekent `kandelaber`.
  4. (Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (Hebr.): luchter, lamp. Vooral gebruikelijk van het acht-armige stallicht, op 't Israël. Inwijdingsfe...
  5. 1) 7-armige kandelaar 2) Bijbelse kandelaar 3) Heilige kandelaar 4) Israëlische kandelaar 5) Joods-liturgische kandelaar 6) Joodse kandelaar 7) Joodse liturgische kandel...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
menora (liturgische kandelaar)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 50% van de Nederlanders en 41% van de Vlamingen het woord `menora`.