het lot

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [lɔt]
Verbuigingen:  lot|en (meerv.)

1) onontkoombaar verloop van gebeurtenissen
Verbuigingen:  g.mv. (meerv.)
Voorbeeld:  `de ironie van het lot`
aan zijn of haar lot overlaten  (geen moeite doen om (iemand die hulp nodig heeft) te helpen)

2) papiertje waarop een nummer staat waarmee je in een loterij een prijs kunt winnen
Voorbeeld:  `staatslot`
een lot uit de loterij  (een bijzondere meevaller)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buitenkans fortuin kansbrief loot lootje loterijlot lotsbestemming noodlot

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn lot getroost zijn (=zijn lot aanvaarden)
• van lotje getikt zijn (=niet goed bij het verstand zijn)
• schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
lot uit de loterij (=onvoorspelbaar)
• het lot valt altijd op Jonas (=hij heeft vaak pech)
Toon alle 6 spreekwoorden die lot bevatten

24 definities op Encyclo
  1. briefje dat je krijgt als me meespeelt in een loterij vb: op dit lot is een prijs gevallen dat is een lot uit de loterij! [een buitenkans] lootjes trekken [briefjes met d...
  2. Jonge scheut of twijg van een houtachtig gewas.
  3. Lot is een Frans departement, gelegen in de regio Midi-Pyrénées. Het departement grenst aan de departementen Corrèze, Cantal, Aveyron, Tarn-et-Garonne, Lot-et-Garonne ...
  4. FR; 1 - rivier welke door het wijnbouwgebied Cahors stroomt. Een van de langste rivieren van Frankrijk 2 - departement met hoofdstad Cahors
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] onzekerheid van bestemming; noodlot, bestemming; onzekerheid van beslissing of uitslag van iets, wat zal mijn - zijn...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met lot:
lotenloterijloterijbriefjeloterijenlotgenootlotgevallotgevallenLotharingerLotharingsLotharingselotinglotingenlotionlotjelotsbestemminglottolotto'slotuslotusbloem

Deze woorden eindigen op lot:
complotgeplotgevlothangslotkraslotmaillotnachtslotnoodlotalcoholslotpilotmegilotplotchameesj megilotsjalotslotstaatslotstartslotstuurslotankerslotwaterslot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. lot (onvast)
  2. lot (voorbestemming; loterijbriefje)
  3. lot = loot (jonge boomtak)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `lot`.