de linkerhand

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈlɪŋkərhɑnt]
Verbuigingen:  linkerhand|en (meerv.)

hand die aan de linkerkant van je lichaam zit

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
• met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
• met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
• laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Linker hand / linkerhand, rechter hand / rechterhand: Is het linker hand en rechter hand of linkerhand en rechterhand?

3 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet, d.i. ‘als gij aalmoezen geeft, geschiedde het zoo stil en onopgemerkt mogelijk.’ De s...
  2. • [anatomie] de hand aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit. •metafoor voor onhandigheid.
  3. 1) Lagerhand 2) Lichaamsdeel 3) Sinistra
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met linkerhand:
linkerhandenlinkerhandregellinkerhandregelenlinkerhandregels

Herkomst volgens etymologiebank.nl
linkerhand

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `linkerhand` kennen.