het instinct

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ɪnˈstiŋkt]
Verbuigingen:  instinct|en (meerv.)

1) aangeboren gevoel dat je iets wilt of moet doen
Voorbeelden:  `Vogels hebben het instinct om nesten te bouwen.`,
`moederinstinct`
Synoniem:  natuurlijke drift

2) eigenschap dat je iets goed aanvoelt
Voorbeeld:  `een feilloos instinct voor de geest van de tijd hebben`
Synoniem:  intuïtie

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrift drift feeling gevoel intuïtie natuurdrift

16 definities op Encyclo
  1. aangeboren drang om op een bepaalde manier te handelen vb: door zijn instinct weet een hond wie hij kan vertrouwen mijn instinct zegt me... [mijn gevoel]
  2. in·stinct het; o -en aangeboren aandrift bij (dierlijke) wezens om onbewust doeltreffend te handelen , Aangeboren, onbewuste, innerlijke drang , natuurdrift .
  3. Neiging tot handelen.
  4. aangeboren en onbewuste innerlijke drang
  5. Let op: Spelling van 1858 natuurdrift, ingeschapen of dierlijke neiging. Instinctmatig, onwillekeurig, als bij natuurdrift
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met instinct:
instincteninstinctief

Deze woorden eindigen op instinct:
zakeninstinct

Herkomst volgens etymologiebank.nl
instinct (aandrift, aangeboren intuïtie)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `instinct` kennen.