de liguster

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [li'xʏstər]
Verbuigingen:  liguster|s (meerv.)

snelgroeiende heester die in tuinen vaak wordt aangeplant als haag
Voorbeelden:  `Er nestelen veel mussen in onze liguster.`,
`ligusterhaag`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haag heg

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [bijvoorbeeld] ) (-s), mondhout, keelkruid, rijnwilg (zek. heestergewas). ~BES, v. (-sen). ~HEG, v. (-gen).
  2. Ligustrum, liguster • brede groenige, later bruine, vlakke blaasmijn, ondoorzichtig, met een aantal larven: Gracillaria syringella • smalle zilverige, uiteindeli...
  3. (Genus Ligustrum) -Liguster- Volledige wetenschappelijke naam: Ligustrum L.
  4. 1) Altijd groene heester 2) Giftige plant 3) Geneeskrachtige plant 4) Haag 5) Haagstruik 6) Heester 7) Heg 8) Keelkruid 9) Mondhout 10) Mondkruis 11) Niet giftige bessen ...
  5. Ligustrum vulgare
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
liguster (geslacht van olijfachtige heesters Ligustrum)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 83% van de Nederlanders en 69% van de Vlamingen het woord `liguster`.