de heg

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [hɛx]
Verbuigingen:  heg|gen (meerv.)

afscheiding van struiken
Voorbeelden:  `We moeten nodig de heg weer eens knippen.`,
`over de heg springen`
Synoniem:  haag
ergens heg noch steg weten  (ergens helemaal onbekend zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haag liguster

Spreekwoorden en zegswijzen
heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
• ergens heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ~GE, v. (-n), struik, haag. ~GESCHAAR, v. (...aren), tuinschaar.
  2. Heg is een Engelse jongensnaam. Het betekent `hooi`.
  3. omheining van struiken vb: de buren hebben een heg van buxusplanten ergens heg nog steg weten [er totaal de weg niet weten]
  4. 1) Afrastering 2) Afscheiding 3) Afscheiding van struiken 4) Afsluiting 5) Begrensd met heesters 6) Betuining 7) Haag 8) Heining 9) Hek 10) Hoogedelgestreng (afk.) 11) Kr...
  5. Een heg of een haag is een meestal lijnvormige aanplanting van struiken en bomen met als doel het scheiden van ruimte. Vaak worden de termen `heg` en `haag` door elkaar ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met heg:
hegemonieheggeheggenheggenmusheggenmussenheggenschaarheggenscharen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heg (rij struiken als afscheiding)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `heg`.