implanteren

werkw.
Verbuigingen:  implanteerde
Verbuigingen:  geïmplanteerd

het in een lichaam aanbrengen van een stof, voorwerp, toestel etc.
Voorbeeld:  `De dierenarts implanteert een chip bij onze hond.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
inplanten

3 definities op Encyclo
  • 1) Inplanten 2) Weefsel inbrengen
  • Inplanten (van haarfollikels bij transplantaties).
  • inplanten Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    implanteren (inplanten)