implanteren

werkw.
Verbuigingen:  implanteerde
Verbuigingen:  geïmplanteerd

het in een lichaam aanbrengen van een stof, voorwerp, toestel etc.
Voorbeeld:  `De dierenarts implanteert een chip bij onze hond.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
inplanten

4 definities op Encyclo
  1. Inplanten (van haarfollikels bij transplantaties).
  2. 1) Inplanten 2) Weefsel inbrengen
  3. Nederlands inzetten in levend weefsel
  4. inplanten Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
implanteren (inplanten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `implanteren`.