het leerstuk
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['lerstʏk] |
| Verbuigingen: | leerstukken (meerv.) |
opvatting die niet te veranderen is, vooral van een instantie als bijvoorbeeld de kerk | Voorbeeld: | `het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid` | |
| Synoniem: | dogma |
Synoniemen
dogma geloofsleer leer leerstelling lering 1 definitie op Encyclo
- 1) Geloofsleer 2) Leerstelsel 3) Geloofsartikel 4) Lering 5) Dogma 6) Leerstelling 7) Theorie
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de leerstuk' of 'het leerstuk'?
Het is 'het leerstuk', want leerstuk is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat leerstuk'.
Wat is het meervoud van leerstuk?
Het meervoud van leerstuk is 'leerstukken'. Eén leerstuk, twee leerstukken.
Wat betekent leerstuk?
'opvatting die niet te veranderen is, vooral van een instantie als bijvoorbeeld de kerk'
Hoe spel je leerstuk?
leerstuk spel je L E E R S T U K
Wat is een ander woord voor leerstuk?
Andere woorden voor leerstuk zijn dogma, geloofsleer, leer, leerstelling en lering.Op andere websites
Zoek leerstuk in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek leerstuk op
Google
Zoek leerstuk op
Woordenlijst.org
Zoek leerstuk in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek leerstuk op
Wikipedia