laf

bijv.naamw.
Uitspraak:  [lɑf]

1) als je niet durft wat je moet doen
Voorbeeld:  `Laf van je, dat je je excuses niet durfde aan te bieden.`
Antoniemen:  dapper, moedig

2) (van voedsel) met weinig smaak
Voorbeeld:  `De salade zag er heerlijk uit, maar smaakte nogal laf.`
Synoniem:  flauw

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bang flauw kinderachtig kleinmoedig melig zonzout zoutloos dapper (antoniem)gekruid (antoniem)heldhaftig (antoniem)manhaftig (antoniem)moedig (antoniem)stoutmoedig (antoniem)

9 definities op Encyclo
  1. vreesachtig Jaar van herkomst: 1401-1425 (MNW )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-fer, -st), ~FELIJK, [bijwoord] zouteloos, smakeloos; niet genoeg gezouten; flaauw; slap, krac...
  3. •een gebrek aan moed tonend: "een laffe daad". •onaangenaam smakeloos: "een laf smaakje".
  4. zie lijgierig.
  5. een zeilend schip is lijgierig, wanneer het de neiging heeft om tijdens het zeilen de kop van de wind af te draaien. Vroeger sprak men ook wel van afvallig.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met laf:
lafaardlafaardslafbeklafbekkenlafhartiglafhedenlafheid

Deze woorden eindigen op laf:
blaf

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. laf (vreesachtig)
  2. laf (water in de pomp)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `laf` kennen.