lachspier

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  lachspieren
Verbuigingen:  lachspiertje

1) spier die gebruikt wordt om te lachen, gevoel voor humor
Voorbeelden:  `Ik kon mijn lachspieren niet meer in bedwang houden.`,
`Ze heeft minder goed ontwikkelde lachspieren.`

2) ''op de lachspier werken'': aan het lachen maken, lachwekkend zijn
Voorbeeld:  `Zijn gitaargepingel werkt enkel op mijn lachspieren.`


Bron: WikiWoordenboek.

Deze woorden beginnen met lachspier:
lachspieren