grinniken

werkw.
Uitspraak:  xrɪnəkə(n)]
Vervoegingen:  grinnikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegrinnikt (volt.deelw.)

zachtjes lachen met een grijns
Voorbeelden:  `grinniken om een grapje`,
`Zit niet zo stom te grinniken!`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ginnegappen gniffelen proesten

4 definities op Encyclo
  1. zachtjes lachen met je mond dicht vb: ze begon te grinniken, toen hij de verrassing liet zien
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. *...NEKEN), ow. [gelijkvloeiend] (ik grinnikte, heb gegrinnikt), hinneken (van paarden); spottend lachen.
  3. 1) Ginnegappen 2) Gniffelen 3) Grijnzen 4) Grijnzend lachen 5) Knorrige woorden uiten 6) Onderdrukt lachen 7) Proesten 8) Zachtjes lachen met een grijns
  4. grijnzend lachen Jaar van herkomst: 1410 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
grinniken (knorrend lachen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `grinniken`.