kroelen

werkw.
Uitspraak:  ['krulə(n)]
Vervoegingen:  kroelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekroeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

teder en lief aanraken en strelen
Voorbeelden:  `lekker een beetje kroelen met mama`,
`De oude kat wil het liefste de hele dag kroelen.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Knuffelen
  2. dicht tegen elkaar zitten Jaar van herkomst: 1896 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kroelen (dicht tegen elkaar zitten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 47% van de Vlamingen het woord `kroelen`.