de groepstaal

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['xrupstal]
Verbuigingen:  groeps|talen (meerv.)

taal die binnen een bepaalde groep gesproken wordt en die voor anderen vaak onbegrijpelijk is
Voorbeelden:  `Jongerentaal is een voorbeeld van een groepstaal.`,
`Een groepstaal neem je over omdat je ergens bij wilt horen.`,
`Het Cité-Duits, een groepstaal die in het Belgische mijngebied gesproken wordt, verdwijnt langzamerhand.`
Synoniem:  jargon

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bargoens jargon

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Argot 2) Jargon
Toon uitgebreidere definities