bukken

werkw.
Uitspraak:  ['bʏkə(n)]
Vervoegingen:  bukte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebukt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) je lichaam vooroverbuigen naar de grond
Voorbeelden:  `bukken om iets op te rapen van de grond`,
`Bukken! (dit roep je als iemand dreigt te worden geraakt door iets)`,
`moeilijk kunnen bukken`

2)
gebukt gaan onder iets  (eronder lijden) `gebukt gaan onder geldzorgen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buigen toegeven

7 definities op Encyclo
  1. jezelf voorover buigen vb: hij bukte om het geldstuk op te rapen ergens gebukt onder gaan [er veel last van hebben]
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] ZICH -, ww. (ik bukte [mij], heb [mij] gebukt), buigen; zich buigen onder; gebukt gaan;, [figuurlijk] onder de dwi...
  3. Bij het bukken buig je voorover, terwijl je benen recht blijven. Bukken is niet goed voor je rug. Probeer liever te hurken.
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Bukken``] der vuurmonden. Het bukken ontstaat door de veerkrachtige terugwerking van de affuit en van den bodem op de steunpunten v...
  5. •het lichaam geheel vooroverbuigen om bij iets lagers te komen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bukken (vooroverbuigen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bukken`.