de kous

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kɑus]
Verbuigingen:  kous|en (meerv.)

1) kledingstuk voor je voet en (een stuk van) je been
Voorbeeld:  `kniekousen`

2)
de kous op je kop krijgen  (teleurgesteld zijn omdat niet lukt wat je verwacht had)

3)
Hiermee is de kous af.  (hiermee is de kwestie beëindigd)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gloeikousje kniekous sok

Spreekwoorden en zegswijzen
• met de kous op de kop thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
• het naadje van de kous willen weten. (=alle details willen weten.)
• denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met kous een ander begrip versterken?
het naadje van de kous willen weten;

10 definities op Encyclo
  1. De metalen of kunststof ring in het oog of lus van een touw of staaldraad.
  2. kledingstuk voor voet en been vb: ik draag geen sokken maar kousen in de winter daarmee is de kous af [daarmee is het afgelopen] de kous op de kop krijgen [er niet in sla...
  3. • [kleding] een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt. •een hulpmiddel om een brandstof in licht om te zette...
  4. Let op: Spelling van 1858 eigenlijk een bekleedsel der voeten en beenen; ook het lederen bekleedsel om eenen kabel; insgelijks, bij de schippers, een ijzeren ring in eene...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), kleedingstuk dat de beenen en voeten bedekt; (zeew.) lederen kabelbekleedsel; zijgdoek (bij het bereiden van kruidenwijn); [z...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kous:
kousenkousenbandkousenbandenkousenbandslangkousjerkousophouderkousophouders

Deze woorden eindigen op kous:
kletskoussteunkouskniekoussoukousgaskousgloeikousMoskousnylonkouszeurkousfleemkousbabbelkous

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kous (kledingstuk aan de voet; volksnaam of oude naam voor moerasvergeet-mij-nietje)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kous` kennen.