de koet

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  koeten
Verbuigingen:  koetje

geslacht van watervogels, of afkorting voor meerkoet


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
• uit de koets vallen (=ontnuchterd worden)
• uit de koets stappen. (=overlijden.)
• over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), zwarte eend. ~ERAAR, m. (-s), -STER, v. (-s), stamelaar, hakkelaar, -ster. ~EREN, ow. gelijkvloeiend (ik koeterde, heb geko...
  2. soort watervogel ter grootte van een kleine kip
  3. zwarte watervogel met een witte snavel en wit voorhoofdsschild die voorkomt in Europa, waaronder Nederland en België, Noord-Afrika, Azië en Australië, waar hij leeft i...
  4. 1) Dier 2) Kraanvogelachtige 3) Lafaard 4) Meerkol 5) Ralvogel 6) Steltvogel 7) Vogel 8) Watervogel 9) Zwemvogel
  5. Armenië - Koet, tot 1935 bekend als Zarzibil, daarvoor, Zarkend is een plaats in de provincie Gegharkunik van Armenië. ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koet:
koeterwaalkoeterwaaldekoeterwaaldenkoeterwaalskoeterwaaltkoeterwalenkoetskoetsenkoetshuiskoetshuizenkoetsierkoetsierskoetswerk

Deze woorden eindigen op koet:
meerkoetroekoetzeekoet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
koet (zwemvogel Fulica atra)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 68% van de Nederlanders en 52% van de Vlamingen het woord `koet`.