• uit de koets vallen (=ontnuchterd worden) • uit de koets stappen (=overlijden) • twee koetsiers op één dak. (=beter is er maar één baas) • over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten) • je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven) Toon alle 6 spreekwoorden die koet bevatten
zwarte watervogel met een witte snavel en wit voorhoofdsschild die voorkomt in Europa, waaronder Nederland en België, Noord-Afrika, Azië en Australië, waar hij leeft in en op het water van sloten, grachten, vijvers en meren waar hij een nest bouwt van riet, waterplanten en drijvend afval; meerkoet Wordt so...
zwemvogel Fulica atra (toon de herkomst via de etymologiebank)