de knot

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [knɔt]
Verbuigingen:  knot|ten (meerv.)

bol van in elkaar gedraaide draden of haren
Voorbeelden:  `een knot wol`,
`Zij heeft een knot achter op haar hoofd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bal bol dot haarknot kluwen knoed knoedeltje knoet knotje knotje haar streng garen vlecht wrong

Spreekwoorden en zegswijzen
• dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ten). ~JE, (B. -N), o. (-s), bosje, kluwentje; een - vlas. ~TEN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik knotte, heb geknot), ...
  2. Zie Knoop
  3. 1) Bal 2) Bol 3) Bol breiwol 4) Bol garen 5) Bol van in elkaar gedraaide draden 6) Bol van in elkaar gedraaide haren 7) Bol wol 8) Bos 9) Bosje 10) Bosje wol 11) Bundel 1...
  4. Streng katoen of garen.
  5. bosje haar Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met knot:
knotsknotsenknotsgekknotteknottenknotwilg

Deze woorden eindigen op knot:
beknotgeknot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. knot (bosje haar)
  2. knot (kanoet strandloper)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `knot`.