weerspreken

werkw.
Uitspraak:  [wer'sprekə(n)]
Vervoegingen:  weersprak (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft weersproken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zeggen of aantonen dat iets niet waar of juist is
Voorbeelden:  `Je mag je mening geven in een hoorcollege maar de prof weerspreken is meestal niet zo een goed idee.`,
`Het betoog van de verdediging wordt weersproken door de bewijsmiddelen.`
Synoniem:  tegenspreken (2)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
in tegenspraak zijn met protesteren tegenspreken tegenwerpen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Ontkennen 2) Protesteren 3) Tegenspreken 4) Tegenwerpen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 65% van de Vlamingen het woord `weerspreken`.