de knobbel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈknɔbəl]
Verbuigingen:  knobbel|s (meerv.)

abnormale dikke ronde plek in of op je lichaam
Voorbeeld:  `een knobbel op je hoofd`
een knobbel hebben voor  (talent hebben voor (iets)) `een knobbel voor talen hebben`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bekwaamheid bobbel buil bult capaciteit gezwel knoest knol kundigheid kwast talent tumor vernuft deuk (antoniem)

5 definities op Encyclo
  • ronde verhoging op het lichaam vb: de heks had een knobbel op haar neus een wiskundeknobbel hebben [heel erg goed zijn in wiskunde]
  • Het uitsteeksel op het kauwvlak van een tand.
  • Schelpterm.Buikpotigen en tweekleppigen, Een sculptuur element. Een afgerond uitsteeksel, niet veel hoger dan breed. Zie ook: Apertura (mollusken)., -
  • bult Jaar van herkomst: 1546 (Claes )
  • 1) Aangeboren gave 2) Blaar 3) Bobbel 4) Bolvormige uitwas 5) Bolvormige verharding 6) Bolvormige verharding of verhevenheid 7) Buil 8) Bult 9) Dikte 10) Hobbel 11) Huidv...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met knobbel:
    knobbelsknobbelzwaanknobbelzwanenknobbelzwijn

    Deze woorden eindigen op knobbel:
    gewrichtsknobbeltalenknobbelwiskundeknobbelwortelknobbel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    knobbel (dikke verharding op een oppervlak)