kluiven

werkw.
Uitspraak:  ['klœyvə(n)]
Vervoegingen:  kloof/kluifde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekloven/gekluifd (volt.deelw.)

met je tanden vlees van een bot knagen
Voorbeelden:  `op een kippenbotje kluiven`,
`gedachteloos op je potlood kluiven`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
knauwen sabbelen smikkelen

Spreekwoorden en zegswijzen
• het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
• daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
• als honden konden bidden zou het kluiven regenen. (=als is een niet ter zake doende opmerking.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Wat is het verkleinwoord van karbonade? Karbonadetje of karbonaadje? Zie Karbonadetje / karbonaadje

4 definities op Encyclo
  • •een bot in handen houden en er vlees van afhappen.
  • 1) Afbijten 2) Afknagen 3) Afknagen van een bot 4) Benen 5) Bijten 6) Eten 7) Knauwen 8) Met je handen eten 9) Peuzelen 10) Sabbelen 11) Smikkelen 12) Van het bot afbijte...
  • met de tanden en lippen vlees dat aan been vastzit bij kleine beetjes ervan afhalen
  • met de tanden vlees van bot halen Jaar van herkomst: 1451-1500 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op kluiven:
    afkluiven

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    kluiven (knabbelen, knagen)