Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 hamer van een slagbel; ook haak die een tandwiel belet verder te draaien.
draver.
kerel, iemand buitengewoon in zijn soort - Voorbeeld: ‘Maar midden in stond Thyssen als de held van het feest - een flinke, struise, gezonde opgeschoten klepper’
Let op: Spelling van 1858 eigenlijk een rijpaard van geringe soort en luttele waarde; in het algemeen een paard, ros
woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) draver (paard).