de klep

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [klɛp]
Verbuigingen:  klep|pen (meerv.)

1) deel van een pet dat uitsteekt
Voorbeeld:  `zonneklep`

2) voorwerp dat iets afsluit en aan één kant open kan
Voorbeelden:  `de klep van de brievenbus`,
`de kleppen van een dwarsfluit`,
`hartklep`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
babbelaar deksel kleppel kletskop kletskous kletsmajoor kwebbel leuteraar ratel zwammer zwetser

10 definities op Encyclo
  • •verstelbare afsluiting
  • holte achter je lippen waarmee je eet en praat vb: hou je klep toch eens dicht! Synoniemen: mond smoel soort deksel dat aan één kant vast zit vb: de klep van de brieven...
  • [blaasinstrument] - Een klep van een blaasinstrument (en in het bijzonder van houtblazers) is een hulpmiddel om samen met embouchure de toonhoogte van het muziekinstrume...
  • [piano] - De klep van een piano dient om in geopende stand de geluidsniveaus te regelen en soms om het geluid te richten. Indien de klep gesloten is wordt de output van ...
  • (oprijklep, klep) op een pontklep gelijkende constructie. De term wordt vooral toegepast, wanneer deze constructie niet op of voor een pont toegepast wordt.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met klep:
    klepelklepelskleplooskleppelooskleppenklepperklepperdeklepperdenkleppertkleptkleptekleptenkleptocratiekleptomaankleptomanieklepzeiker

    Deze woorden eindigen op klep:
    achterklepexpansieklephartkleplaadklepoogklepuitlaatklepveiligheidsklep

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. klep (heuvel van stuifzand)
    2. klep (klepper, deksel)