kibbelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈkɪbələ(n)]
Vervoegingen:  kibbelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekibbeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ruzie maken over iets onbenulligs
Voorbeeld:  `De kinderen kibbelen over wie de bal mag hebben.`
Synoniemen:  bakkeleien, kissebissen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bakkeleien bekvechten kiften kissebissen

3 definities op Encyclo
  1. •woordenstrijd hebben. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  2. 1) Bakkeleien 2) Bekvechten 3) Disputeren 4) Hakketakken 5) Hakketeren 6) Haktakken 7) Harrewarren 8) Hassebassen 9) Hassebrassen 10) Kiften 11) Kijven 12) Kissebissen 13...
  3. ruzie maken Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kibbelen (redetwisten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `kibbelen`.