de keet

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ket]
Verbuigingen:  keten (meerv.)

1) eenvoudig gebouw dat tijdelijk op een plek staat
Voorbeelden:  `in de pauze van het werk koffie drinken in de keet`,
`bouwkeet`

2) grote wanorde
Voorbeeld:  `Wat een keet is het hier! Ga jij eens opruimen.`
Synoniemen:  troep, rotzooi
keet schoppen  (met veel plezier en herrie er een troep van maken) `De leraar kon de klas niet aan, die flink aan het keet schoppen was.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barak bende bouwkeet bouwvakkersonderkomen chaos gein hangaar heksenket heksenketel jolijt jool leut lol loods plezier pret pretmakerij puinhoop regelloosheid rotzooi troep wanorde wanordelijkheid zootje

9 definities op Encyclo
  1. Benaming voor een meestal houten gebouwtje voor tijdelijk gebruik tijdens (wegen)bouwwerkzaamheden.
  2. Let op: Spelling van 1858 bijzonder eene plaats, waar men het ruwe zout kookt en zuivert, (raffineert). Eene zoutkeet
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), gemetselde bak (tot het zoutzieden); (ook) zoutziederij; loots, werkplaats (bij een bouwwerk). ~EN, [bedrijvend werkwoord] [g...
  4. Spreekwoorden: (1914) Keet. In eigenlijken zin verstaat men onder een keet een loods, een hut van polderwerkers1), waar het nu niet zoo bijzonder ordelijk uitziet; vandaa...
  5. veel en onaangenaam geluid vb: wat een keet maakt die band! Synoniemen: lawaai herrie kabaal leven [2] rumoer Tegenstellingen: rust stilte tijdelijk gebouwtje vb: op de b...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op keet:
bouwkeetzwijnenkeet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
keet (loods; wanorde)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `keet`.