keen als dialectwoord
• kloof (Geuls) • kloofje (in de huid) (Steins) • grote pit (uit vrucht) (nijswillers) • pit (kers, perzik e.d.) (nijswillers) 9 definities op Encyclo
- Let op: Spelling van 1858 kloof, spleet, voornamelijk aan het bovenste einde eens dings; ook het zaad in zijne eerste splijting als het begint te spruiten; fig., de eerste aanvang eener zaak
- [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] vaas, kruik, ook reet spleet of barst
- [Vergeten woorden] (v.) reet, spleet, barst [~ kijnen]
- 1) Scheur 2) Barst in de huid 3) Barst in de hand 4) Barst 5) Reet 6) Kenzaad 7) Kerf 8) Begin 9) Kloof 10) Kloof (in de huid) 11) Kloof in de hand 12) Kloofje 13) Kiem 14) Pruimtabak 15) Spleet
- 1> Duits scheepstype , dat veel verwantschap met onze aken(1) vertoont. Ook Kaan , Overlander of Bovenlander genoemd. [ Afbeeldingen ] Vrij grote, platte, licht gebouwde, houten rivierschepen die overnaads gebouwd waren. Vrij spits toelopend voor en achterschip met ruime overhang . Ze waren voorzien van een k...
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op keen:
•
alkeenHerkomst volgens etymologiebank.nl
- keen (spleet, kiem)
- keen (suikerriet)
Op andere websites
Zoek keen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek keen op
Google
Zoek keen op
Woordenlijst.org
Zoek keen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek keen op
Wikipedia