karig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ˈkarəx]

als iets te klein of te weinig is
Voorbeelden:  `een karig maal`,
`een karig bod`,
`een karig belegde boterham verdienen`
Synoniem:  aan de zuinige kant

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan de zuinige kant armzalig berooid gierig krap mager magertjes niet overvloedig pover schamel schraal copieus (antoniem)overvloedig (antoniem)

5 definities op Encyclo
  1. wat niet veel voorstelt, onbeduidend vb: het huis was karig ingericht Synoniemen: armzalig schamel niet al te veel, aan de zuinige kant vb: we kregen een karig maal voorg...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), gierig, zuinig, inhalig; misdeeld; gering, weinig; een - mensch; - door de natuur be...
  3. 1) Aan de zuinige kant 2) Arm 3) Armoedig 4) Armzalig 5) Bekrompen 6) Berooid 7) Deuntjes 8) Eenvoudig 9) Frugaal 10) Gering 11) Gierig 12) Kaal 13) Krap 14) Kremp 15) Kr...
  4. [Nederlands] Schraal
  5. schraal, gierig Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met karig:
karigheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
karig (zuinig; schaars)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `karig`.