schamel

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['sxaməl]

waaruit armoede blijkt
Voorbeeld:  `De dakloze werd beroofd van zijn schamele bezittingen.`
Synoniem:  armoedig

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
armoedig armzalig bekaaid belabberd ellendig flodderig haveloos karig mager miserabel pover schraal schunnig sjofel sjofeltjes stumperig verlopen

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en. [bijwoord] (-er, st), verlegen; gedrukt; armoedig, behoeftig, kaal; naakt; gering, nederig; eerbaar; de -e...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 bank.
  3. armoedig Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  4. wat niet veel voorstelt, onbeduidend vb: hij verdient maar een schamel loontje Synoniemen: armzalig karig
  5. •waarvoor men zich schaamt. •gering in omvang.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schamel:
schamelheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schamel (armoedig)
  2. schamel = schemel


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `schamel`.