kappen met

werkw.
Uitspraak:  ['kɑpə(n) mɛt]
Vervoegingen:  kapte met (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gekapt met (volt.deelw.)

ophouden met (iets), of een relatie verbreken met (iemand)
Voorbeelden:  `Kap met dat gezeur!`,
`Ik wil kappen met mijn vriend, omdat hij zo jaloers is.`

© Kernerman Dictionaries.