de kajak

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['kajɑk]
Verbuigingen:  kajak|s, kajak|ken (meerv.)

eenpersoonskano
Voorbeeld:  `Eskimo's gebruikten de kajak voor de zeehondenjacht.`

© Kernerman Dictionaries.

7 definities op Encyclo
  1. eenpersoonsvaartuigje Jaar van herkomst: 1847 (KKU )
  2. Let op: Spelling van 1858 een klein Groenlandsch vaartuig, ter vischvangst en waterjagt geschikt. Het vaartuig, hetwelk de vrouwen tot dat einde gebruiken, heet umiak
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ken), groenlandsch vaartuig.
  4. •gesloten kano om in wildwater of op zee te varen.
  5. kleine kano die aan de bovenzijde gesloten is op een mangat voor de gebruiker na, en die wordt gevaren met een dubbelbladige peddel
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kajak:
kajakkenkajakpolokajaks

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kajak (licht eenpersoonsvaartuig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kajak`.