I het jong

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [jɔŋ]
Verbuigingen:  jong|en (meerv.)

pas geboren dier
Voorbeelden:  `Onze poes heeft twee jongen gekregen.`,
`berenjong`


II jong

bijv.naamw.
Uitspraak:  [jɔŋ]

1) als je nog niet lang geleefd hebt
Voorbeeld:  `Hij is al opa, maar hij heeft jonge kinderen bij zijn tweede vrouw.`
Antoniem:  oud
jong en oud  (iedereen) `Jong en oud keek op televisie naar de eerste landing op de maan.`
jong geleerd, oud gedaan  (wat je leert als je jong bent, blijf je later kunnen)
van jongs af aan  (vanaf dat je kind was) `Van jongs af aan heb ik mijn vader geholpen in de winkel.`

2) als iets nog niet lang bestaat
Voorbeelden:  `investeren in jonge kansrijke bedrijven`,
`Dat is nog een jonge wijn.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jeugdig joch kinder- klein nieuw welp belegen (antoniem)oud (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
• men moet de boom buigen als die jong is. (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
jong te paard, oud te voet. (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
jong geleerd is oud gedaan. (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)
jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
Toon alle 10 spreekwoorden die jong bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met jong een ander begrip versterken?
speels als een jonge hond
Hoe kun je jong krachtiger uitdrukken?
piepjong
Uitdrukkingen die jong betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
als de lente;

10 definities op Encyclo
  1. nieuwe oogst smaakt nog jong wanneer: - de zuren wat scherp zijn - de tannine hard zijn - de kleur nog niet gebruind - de smaken (ook van het hout) nog niet mooi harmonie...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), tegenstelling van oud, jeugdig, nog weinig jaren tellende; nieuw; versch; nieuwbakken; [figuurlijk...
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 een jong zetten of steken (Brugge), een kind metselen (Gent): binnen een bestaanden put een anderen metselen, tenein...
  4. wie of wat nog niet lang bestaat vb: ze is pas achttien, dat is nog jong van jongs af aan [vanaf de tijd dat hij jong was] jong en oud heeft plezier [iedereen heeft plezi...
  5. •van geringe leeftijd.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met jong:
jongdejongdenjongejongedamejongedamesjongeheerjongeherenjongelingenjongeluijongemanjongemannenjongemansliefdejongenjongensjongensachtigjongensgroepjongensjarenjongensnaamjongensnamenjongensscholen
Toon alle woorden die beginnen met jong

Deze woorden eindigen op jong:
rotjonghoerenjongverjongpiepjong
Toon alle woorden die eindigen op jong

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jong (jeugdig, niet oud)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `jong` kennen.