I islamofoob

bijv.naamw.
Verbuigingen:  islamofober
Verbuigingen:  islamofoobst

met een grote afkeer of angst voor de islam
Voorbeeld:  `Kennen we een islamofobe politicus?`


II de islamofoob

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  islamofoben
Verbuigingen:  islamofoobje

iemand met een grote afkeer of angst voor de islam
Voorbeeld:  `De term islamofoob heeft vooral tot doel het debat over de islam te smoren.`


Bron: WikiWoordenboek.