inzoomen

werkw.
Uitspraak:  ['ɪnzumə(n)]
Vervoegingen:  zoomde in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingezoomd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

dichterbij en groter in beeld brengen
Voorbeelden:  `door in te zoomen een gedetailleerdere plattegrond op je beeldscherm krijgen`,
`inzoomen op een webpagina`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. [Aardrijkskunde] Van een hoger schaalniveau naar een lager schaalniveau
  2. met een zoomlens een op te nemen onderwerp groter in beeld brengen
  3. Vergroten van een deel van een beeld op het beeldscherm. Engels: zooming in Frans: opérer un zoom Duits: Zoomen
  4. 1) Beeld vergroten 2) Filmterm 3) Filmtechniek 4) Groter maken 5) Met de camera dichterbij halen 6) Vergroten
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inzoomen`.