indachtig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɪn'dɑxtəx]

denkend aan, in het besef van
Voorbeelden:  `indachtig de woorden van de minister-president`,
`Indachtig mijn broer, die altijd zei...`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] aan iets denkende; aan iets - zijn, [iemand] aan iets - maken. *...DAGEN, [bedrijvend werkwoord...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
indachtig

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 73% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `indachtig`.