de inbraak

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ɪmbrak]
Verbuigingen:  in|braken (meerv.)

het inbreken of keer dat er ingebroken wordt
Voorbeelden:  `een inbraak in een tankstation plegen`,
`Het aantal inbraken en inbraakpogingen is dit jaar afgenomen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
braak diefstal heist kraak

7 definities op Encyclo
  1. Het door middel van geweld verbreken van afsluitingen om toegang te krijgen tot een gebouw.
  2. Het inbreken en binnentreden van een gebouw dat aan een ander toebehoort, met het oogmerk om diefstal te plegen. Categorie: Abstracte Begrippen > misdaad.
  3. een gebouw openmaken met de bedoeling om iets te gaan stelen vb: er is een inbraak geweest: alle computers zijn weg!
  4. Het zich met geweld toegang verschaffen tot een woning of besloten lokaal. Zie Diefstal met braak en Insluiping.
  5. 1) Braak 2) Criminele handeling 3) Diefstal 4) Gevaar voor schade 5) Gilletje 6) Het stelen 7) Huisbraak 8) Huisvredebreuk 9) Insluiping 10) Kraak 11) Kraak of diefstal 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op inbraak:
computerinbraak

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `inbraak` kennen.