in- en inverlegen

bijv.naamw.

uiterst schuchter
Voorbeelden:  `Ze heeft het naar haar zin op school, meer dan ooit, maar jeetje wat is het moeilijk om je staande te houden als je in-en inverlegen bent...`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.