de homo

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhomo]
Verbuigingen:  homo|'s (meerv.)

man die zich seksueel tot mannen voelt aangetrokken
Voorbeelden:  `een parade van homo's en lesbo's`,
`homobar`
Antoniem:  hetero
Synoniemen:  homofiel, homoseksueel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flikker homofiel homoseksueel mietje nicht poot zemmel hetero (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Uitdrukkingen die homo betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
ruig als een deurmat; ruig als een kokosmat;

7 definities op Encyclo
  1. wie zich aangetrokken voelt tot mensen van hetzelfde geslacht vb: hij houdt niet van meisjes, hij is homo Synoniemen: homoseksueel homofiel lesbisch homoseksueel [2] Tege...
  2. Gelijk..
  3. •mens •homoseksueel geaard persoon. (+audio)
  4. 1) Flikker 2) Gay 3) Geslacht 4) Grieks voorvoegsel 5) Homofiel 6) Homoseksueel 7) Mens 8) Mietje 9) Nicht 10) Poot
  5. Benaming voor man met homoseksuele gevoelens.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met homo:
homo'shomoachtighomobarhomobomhomofielhomofielenhomofobiehomofonenhomofoonhomogaamhomogeenhomogeniserenhomograafhomografenhomohuwelijkhomohuwelijkenhomologatiehomologatieshomologeerhomologeerde
Toon alle woorden die beginnen met homo

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. homo (homoseksuele persoon)
  2. homo (mens)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `homo`.