immers

bijwoord
Uitspraak:  [ˈɪmərs]
Afbreekpatroon:  im·mers

<je zegt dit als je de reden van iets geeft>
Voorbeeld:  `Eet maar niet van dat gebak. Je bent immers te dik.`
Synoniem:  namelijk


Synoniemen
bepaald   namelijk   ongetwijfeld   ook   tenslotte   toch   wel   zeker   

5 definities op Encyclo
  • •een logisch verband aangevend met iets dat eerder gezegd is, meestal in een vraag.
  • toch zeker vb: ik heb het je immers beloofd! er wordt een reden of argument genoemd vb: zout is gezond, alle mensen hebben immers zout nodig Synoniemen: namelijk want
  • 1) Doch 2) Want 3) Dan 4) Toch 5) Trouwens 6) Bijwoord 7) Voegwoordelijk bijwoord 8) Zeker 9) Namelijk 10) Inderdaad 11) In elk geval 12) Ongetwijfeld 13) Ook 14) Wel 15) Althans 16) Ommers 17) Bepaald 18) Tenminste
  • bijwoord van modaliteit: toch Jaar van herkomst: 1530 (MNW )
  • Immers is toch, want, tenslotte, tenminste. [basiswoordenlijst groep 6]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met immers:
immersieimmersieonderwijs

Herkomst volgens etymologiebank.nl
immers (toch, namelijk)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent immers?
'<
je zegt dit als je de reden van iets geeft>
'
Hoe spel je immers?
immers spel je I M M E R S
Wat is een ander woord voor immers?
Andere woorden voor immers zijn bepaald, namelijk, ongetwijfeld, ook, tenslotte, toch, wel en zeker.

Op andere websites
Zoek immers in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek immers op Google
Zoek immers op Woordenlijst.org
Zoek immers in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek immers op Wikipedia