I Oudsaksisch

bijv.naamw.
Verbuigingen:  Oudsaksischer

behorend tot of afkomstig uit het
Voorbeeld:  `Op basis van deze naam meent de oudgermanist Quak dat de tekst niet Oudnederlands maar Oudsaksisch is.`


II het Oudsaksisch

zelfst.naamw.

de voorloper van het huidige Nedersaksisch in de periode 650-1100


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. Het Oudsaksisch, ook wel bekend als Oudnederduits, vormt samen met het Oudfries, het Oudengels, het Oudhoogduits en het Oudnederlands de West-Germaanse groep binnen de O...
Toon uitgebreidere definities