hypothekeren

werkw.
Uitspraak:  [hipote'kerə(n)]
Vervoegingen:  hypothekeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehypothekeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een hypotheek nemen (met het genoemde als onderpand) financieel
Voorbeeld:  `je huis hypothekeren`

2) een bedreiging of hindernis vormen voor (wat je noemt)
Voorbeeld:  `het politieke geruzie hypothekeert de toekomst`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Hypothekeren: (de toekomst -) Is de toekomst hypothekeren correct?

4 definities op Encyclo
  1. Het overdragen van bezit aan een crediteur als onderpand voor het terugbetalen van een lening. Categorie: Functionele activiteiten > economische en financiële functi...
  2. •als hypotheek stellen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. [Belgisch Nederlands] de realisering of het voortbestaan van iets bemoeilijken of in gevaar brengen
  4. [Nederlands] Een last leggen op iets
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 60% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `hypothekeren`.