huppelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhʏpələ(n)]
Vervoegingen:  huppelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehuppeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een beetje springend lopen
Voorbeeld:  `Het meisje huppelt vrolijk naar het huis van haar vriendinnetje.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dansen dartelen

Intensiveringen
Hoe kun je huppelen krachtiger uitdrukken?
huppelen als een kalf;

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik huppelde, heb gehuppeld), kleine sprongen maken [inzonderheid] van kinderen); vrolijk -, van vreugde -; de lam...
  2. 1) Dansen 2) Dartelen 3) Dansend lopen 4) Hippen 5) Manier van lopen 6) Springen 7) Springend lopen 8) Springend voortgaan 9) Trippelen 10) Wippen
  3. met dansende sprongetjes bewegen; zich met dansende sprongetjes voortbewegen
  4. Huppelen is een manier van voortbewegen met kleine sprongen. Huppelen straalt een zekere vrolijkheid uit. Er zijn twee definities te geven: een ruime en een engere. In r...
  5. eerst op het ene en dan op het andere been een sprongetje maken vb: het meisje huppelde naast haar vader
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op huppelen:
weghuppelen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
huppelen (zich met sprongetjes voortbewegen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `huppelen` kennen.