huiveren

werkw.
Uitspraak:  [ˈhœyvərə(n)]
Vervoegingen:  huiverde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehuiverd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

even met je lichaam trillen
Voorbeeld:  `huiveren van spanning bij een enge film`
Synoniem:  bibberen
huiveren voor  (afkeer hebben van) `Puristen huiveren voor de taal van chatters.` Synoniem: terugschrikken voor

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beven bibberen griezelen gruwen rillen terugdeinzen

4 definities op Encyclo
  1. een rilling door je lichaam voelen gaan vb: zij huiverde van angst toen ze de inbreker zag
  2. 1) Beven 2) Bibberen 3) Griezelen 4) Gruwen 5) Ijzen 6) In angst verkeren 7) Rillen 8) Sidderen 9) Terugdeinzen 10) Uiting van koude
  3. [Nederlands] Rillen
  4. rillen Jaar van herkomst: 1573 (Plantijn )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
huiveren (beven, rillen; aarzelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `huiveren`.