griezelen

werkw.
Uitspraak:  ['xrizələ(n)]
Vervoegingen:  griezelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegriezeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

rillingen hebben van angst of afkeer
Voorbeeld:  `lekker griezelen in de achtbaan`
griezelen van ...  (... erg eng vinden) `griezelen van grote spinnen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gruwelen gruwen huiveren

3 definities op Encyclo
  1. 1) Akelig vinden 2) Gruwelen 3) Gruwen 4) Huiveren 5) Ijzen 6) Rillen
  2. rillen van angst of afkeer vb: Wanda griezelde bij het zien van die beelden
  3. ijzen Jaar van herkomst: 1434-1436 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
griezelen (huiveren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `griezelen`.